De Break-Even-Val

Twan
Twan

Inhoudsopgave

Iedereen kijkt omhoog, hoe z’n portfolio groeit in goede tijden. Maar als het dan even (hard) daalt op de markten, dan beginnen velen toch onrustig te worden. En de gedachte die dan vaak boven komt drijven is: “zodra mijn beleggingen weer op het punt van vóór de daling staan, dan verkoop ik (een deel)”.

Dat kunnen we de “break-even-val” noemen: 

Zodra de markt daalt en het pijn begint te doen, wil je van die pijn af. Dan ga je hopen op herstel, naar niveaus van net vóór de daling, zodat je tenminste een deel kunt verkopen en genoeg winst kunt verzilveren.

En zelfs wanneer de markt hierna precies doet wat we hopen zijn we toch weer geneigd om exact datgene te doen dat ons kort geleden nog in de problemen bracht. 

Herstelt de markt zich snel, dan lijkt er geen vuiltje aan de lucht en voelt de eerdere paniekerige reactie wat overdreven. En dan verkopen we toch maar niet. Terwijl we zojuist een uniek cadeau hebben gekregen.

Of de markt herstelt maar zeer langzaam en het duurt tergend lang voordat hij weer een beetje in de buurt van z’n oude record komt. En dan worden we vaak ongeduldig en gaan we toch alvast iets verkopen. Want wat als het toch niet meer goed komt? Dan had je alsnog kunnen verkopen in een (langzaam) herstellende markt.

Hopen op “break-even”

Ben je nét begonnen met beleggen in die ene investering en keert de markt zich dan gelijk tegen je? Dan hoop je op herstel, zodat je zonder kleerscheuren uit die belegging kunt stappen. Pfoe, mazzeltje. 

Maar ook wanneer je al een tijdje belegt en op winst staat (zelfs na een daling), kun je de break-even-val ervaren. Jouw brein heeft doorgaans die oude stand van de markt en/of de waarde van jouw beleggingen nog vers in het geheugen. En dat is het nieuwe meetpunt geworden. Dat “had je” en nu “niet meer”.

Dus je bent in dat geval niet helemaal terug bij af. Maar psychologisch lijkt het wel zo.

Niemand is arm geworden van winst nemen

Dat psychologische dilemma zorgt er vaak voor dat we het altijd verkeerd doen. Althans, zo lijkt het. Want met winst verkopen is nog altijd prima. Niemand is arm geworden van het verkopen van winstgevende beleggingen. Ook al staan ze wat lager dan vorige maand of vorig jaar. Maar het voelt alsof je meer winst had kunnen hebben, en dus lijkt het alsof je gewoonweg eerder uit had moeten stappen.

Voor wie echt voor de lange termijn belegt met geld dat de komende jaren niet nodig is voor rekeningen en dergelijke, zal dit misschien helemaal niet relevant zijn. Want dan denk je niet aan verkopen. Toch?

Teveel geïnvesteerd in iets waar je te weinig vertrouwen in hebt

Maar wie voornamelijk iets teveel heeft zitten in een belegging waar niet 100% vertrouwen aan ten grondslag ligt, zal het wellicht wel een overweging zijn om op een bepaald punt af te bouwen. Door tenminste een deel van de belegging met winst te verkopen. 

Ik verkoop zelf altijd een beetje op weg naar boven, zodra ik merk dat ik er zenuwachtig van word. Doordat ik ineens zie dat ik teveel in die ene belegging heb zitten en het nu wel een mooi moment is om een deel van de winst te verzekeren. 

Dat komt misschien ook een beetje door de setup van mijn portfolio. Die balanceert tussen beleggingen met beperkt risico tot heel veel risico.

Is dat makkelijk? Nee! Verkopen is makkelijker gezegd dan gedaan. Want ik ben ook gevoelig voor hebberigheid. 

Maar ik heb echt zo ontzettend vaak in een situatie gezeten, waarin ik in de break-even-val ben getrapt. En dan deed ik vaak iets wat achteraf niet heel ideaal bleek te zijn. Gedreven door hoop en angst. Emoties dus. Niet de beste raadgever.

Dus ik verkoop op de weg omhoog. Altijd te weinig, zodra het ineens daalt (zoals nu). En altijd te veel, wanneer de markt vrolijk verder stijgt. 

Maar, dat hoort allemaal bij het leerproces!

Twan Twitter

Investeert volgens zijn eigen “BIG” strategie, die bestaat uit drie elementen: bescherming, inkomen en groei. Belegt sinds 2006, schrijft en praat erover sinds 2019.