· 6 min lezen

De echte groei van je beleggingen meten in Goud

Voor beleggers die hun koopkracht willen beschermen tegen geldontwaarding, onthult het meten in goud de waarheid achter nominale rendementen.

De echte groei van je beleggingen meten in Goud

Stel je voor: je portfolio is in drie jaar tijd met 70% gestegen in euro's. Mooi toch? Maar wanneer je hetzelfde portfolio in goud meet, blijkt je vermogen juist met bijna 40% gedaald. Hoe kan dat?

De truc zit 'm in wat je als meetlat gebruikt. Terwijl je in euro's rekent, heeft goud in voorgaande jaren een spectaculaire rally gemaakt van maar liefst 175%. En dat onthult iets belangrijks: niet elk rendement is écht rendement.

⚠️ Niets in dit artikel kan gezien worden als financieel advies. Bij beleggen loop je het risico jouw inleg (gedeeltelijk) te verliezen. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Goud breekt records

Op 29 januari 2026 bereikte goud een historisch hoogtepunt van $5.600 per ounce - bijna een verdubbeling in twee jaar tijd.

Goud in USD, in de afgelopen vijf jaar

De drijvende krachten waren voornamelijk Centrale banken - zij kochten in 2025 recordhoeveelheden goud (863 ton). Dit is overigens een trend die al vijftien jaar aanhoudt, dus niet compleet nieuw.

Daarnaast stroomde 800+ ton richting goud-ETF's: ook een absoluut record. De wereldwijde vraag bereikte 5.000 ton, het hoogste ooit gemeten.

Dollars verliezen, terwijl goud stug blijft winnen

Sinds de oprichting van de Amerikaanse Federal Reserve in 1913 heeft de dollar 98% van zijn koopkracht verloren, terwijl goud zijn waarde behield en zelfs vermenigvuldigde.

Dit verschil illustreert het kernprobleem van valuta (USD en EUR) gebruiken als meetstandaard: de meetlat zelf verandert voortdurend door inflatie en monetaire expansie.

Dit is een signaal dat de “nominale winst” slechts compensatie is voor geldontwaarding.

💡
In 1971 kon je met één goudounce drie mensen uit eten nemen in een chique restaurant. Vandaag? Meer dan tien personen. Dat is koopkrachtbehoud in de praktijk.

Deze constante koopkracht maakt goud perfect als alternatieve meetlat.

Waarom meten in goud?

We meten bijna allemaal ons vermogen in euro's of dollars, als het gaat om absolute zin. Maar ook al klinkt dit logisch, het geeft niet het werkelijke plaatje van vermogensgroei en -behoud.

Het meten van een beleggingsportfolio in Goud - oftewel het denomineren van vermogen in goudounces in plaats van fiat valuta (EUR & USD) - vertegenwoordigt een andere benadering van vermogensanalyse.

Die andere benadering onthult de werkelijke koopkracht en inflatie-gecorrigeerde prestaties van een portfolio, door de effecten van geldverruiming en geldontwaarding weg te nemen die nominale rendementen vertekenen.

Als je je beleggingen niet in EUR/USD meet, maar in Goud, meet je dus of je in feite hoe je beleggingen in reële waarde stijgen of dalen.

0:00
/1:41

“If money is supposed to be a reliable measure, unit of account and store of value - it should not be subject to who is the Chairman of the Federal Reserve” ~ Judy Shelton

- Goud is een betere meetlat, omdat het al duizenden jaren bewezen heeft je koopkracht te beschermen.

- Goud is stabiel en kan niet zomaar bijgedrukt worden zoals EUR/USD

- Goud is schaars en kapitaalintensief om te mijnen

- Goud is niet afhankelijk van het beleid van overheden en Centrale Banken

Praktisch: zo meet je in Goud

Het meten van je portfolio in Goud is simpel. Deel je totale portfoliowaarde door de huidige goudprijs per ounce. Track dit getal jaarlijks.

Sta je na vijf jaar op 100% rendement met jouw beleggingen, gemeten in euro? Super, dan voel je je waarschijnlijk rijker.

Maar als Goud, de weerspiegeling van geldverruiming en -ontwaarding, in diezelfde periode met 150% is gestegen - dan ga je er in reëel termen eigenlijk op achteruit.

De S&P 500-Goud-ratio werkt onthullend

De S&P 500-naar-goud-ratio staat momenteel op het laagste niveau sinds de coronacrash in maart 2020.

Historisch gezien zegt deze ratio veel over marktwaarderingen. In 2011 stond de ratio extreem laag, waarbij aandelen spotgoedkoop waren vergeleken met goud. In 2000 tijdens de dotcom-bubbel piekte de ratio, waarbij aandelen waanzinnig duur waren.

Wie toen goud verkocht voor aandelen, heeft daar decennialang spijt van gehad. Sterker nog: de ratio is sinds de dotcom bubble nooit meer op dat niveau geweest.

De S&P500 verloor 27%, terwijl het 266% steeg